Biografie
Scala & Kolacny Brothers
Toen de e-mail in mei 2010 binnenkwam, dachten de broers Kolacny dat het een grap was. De mail leek afkomstig uit Hollywood en bevatte enkele vragen over hun muziek. Ook de cover van een bepaalde song zou perfect passen bij de trailer van een film die binnenkort zou uitkomen. “Jah!” dachten de broers. Niet bepaald het soort e-mails die de klassiek geschoolde broers uit een provinciestadje in België gewoonlijk krijgen. Maar de aanvraag bleek echt en de film was The Social Network. De regisseur, David Fincher, blijkt een grote fan van Scala te zijn.
Het lied in kwestie is een adembenemend mooie akoestische herwerking van Radiohead’s song “Creep” – gezongen door een vrouwenkoor met een piano als enige begeleiding. In juli 2010, twee maand nadat de broers de e-mail hadden ontvangen, kwam de trailer voor The Social Network uit – met meer dan twee minuten van Scala’s versie van“Creep”. De krachtige muziek speelt er een centrale rol: ze benadrukt een steeds toenemend gevoel van onbehagen zoals dat ven een koor van gevallen engelen. Zoals de film zelf, werd de trailer een gigantische wereldsucces - meer dan 250 miljoen mensen hebben ernaar gekeken in zalen, op televisie of ‘online’. Dankzij onder andere de hierop volgende drukte op de sociale netwerken, kende de trafiek naar de website van de broers ongeziene pieken: hun interpretatie van ‘Creep’ werd een internetfenomeen dat in verscheidene vormen ongeveer 25 miljoen keer werd bekeken.
Er ontstond een biedoorlog tussen platenlabels in Amerika, maar de broers kozen voor Atco, een nevenbedrijf van Warner/Rhino, waarmee ze aan het onderhandelen waren, lang voor de Creep-hype ontstond. In 2011 gaven ze een gelijknamige album uit, de allereerste voor de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk (in Groot-Britannië wordt het album via The Wall Of Sound gereleaset). Dit jaar ondernemen ze ook hun allereerste Amerikaanse tournee, met concerten in New-York, Los Angeles, Chicago en op de Coachella- en SXSW-festivals. Nadien zullen ze ook in Groot-Britannië hun debuut maken.
De trailer van The Social Network heeft het unieke project dat Scala & Kolacny Brothers is, onder de schijnwerpers gebracht. Scala is een indierockkoor bestaande uit de Kolacny-broers Steven en Stijn, en Scala, hun vrouwenkoor. Steven begeleidt ze aan de piano, Stijn dirigeert. De broers treden gewoonlijk op met 30 à 40 zangeressen tussen 16 en 26 jaar, en tegenwoordig telt het koor meer dan 200 leden waardoor aan de steeds groeiende vraag kan worden voldaan.
Scala & Kolacny Brothers neemt indierockklassiekers en indiesongs en herwerkt ze tot elegische hymnes - met adembenemende effecten - met de piano als enige begeleiding van de stemmen. Af en toe gebruiken ze ook drum machines, sequencers en synthesizers, en treden ze geregeld op met een volledige rock band. Op het nieuwe album staan versies van “Use Somebody” (Kings of Leon), “Everlong” (Foo Fighters), “Smells Like Teen Spirit” (Nirvana), “Champagne Supernova” (Oasis), “With or Without You” (U2), “Nothing Else Matters” (Metallica),’ en vele andere covers. “Creep” is er eveneens te vinden alsook drie eigen composities, nl. “Seashell,” “Masquerade,” en “Our Last Fight.”
Het is Steven die de songs selecteert en herschrijft voor het koor. De toon en het tempo worden wel eens veranderd, het koor verdubbeld, maar “steeds met exact dezelfde teksten,” voegt hij eraan toe, “en dit is zeer belangrijk – maar de sfeer van een song kan zeer sterk veranderen. Dit is zeer eigenaardig: als je Radiohead “Creep” hoort zingen en je vergelijkt hun versie met de onze, merk je dat ze even lang zijn, dat de teksten, de noten en de toon identiek zijn. En toch zijn ze volledig verschillend.”.
Rock- en indiemuziek liggen ons het best omdat de “hartslag van die songs vaak somber en zeer emotioneel is, en de vrouwenstemmen voegen er een melancholische toets aan toe”, zegt Stijn. “Soms geven ze de liedjes een volledig nieuwe dimensie, Onze versie van “Nothing Else Matters” zou klassieke muziek kunnen zijn, de klank heeft niets meer van Metallica.” Andere invloeden zijn de sombere electropop van Goldfrapp en Depeche Mode, en de dreigende minisymfonieën van Massive Attack.
Pop daarentegen werkt minder goed. “Meestal is er geen bedroefdheid te bespeuren”, zegt Steven. “Het is te oppervlakkig ” voegt Stijn hieraan toe. “We hebben geprobeerd songs van Michael Jackson te brengen, maar het werkt niet. En hoe langer we de Madonna- of Robbie Williams-toer opgaan, hoe groter de kans dat we mislukken.”
Het idee om rock songs te brengen komt van Steven. In 2001 bezorgde een vriend uit Londen hem een CD van Radiohead met enkele songs die de band voor thet radiostation XFM had opgenomen, waaronder een live versie van “Creep.” “Die interpretatie had iets ontroerends en emotioneels.” Scala & Kolacny Brothers trad al een aantal jaren op – de broers hadden hun koor in 1996 opgericht dat zeer succesvol werd in eigen land. In 1999-2000 werd Scala er ‘Koor van het Jaar’. “Het was toen een klassiek koor dat voor een ouder publiek optrad” zegt Steven, “wat zeer leuk was, maar we speelden telkens opnieuw en opnieuw dezelfde oude liedjes. En beetje zoals covers: er bestaan een miljard coverversies van Beethoven’s 5e symfonie. Ik hield niet van dat gevoel en zo begon ik mijn eigen nummers te schrijven”.
Stijn was niet meteen overtuigd. Hij vreesde dat de klassieke pers Steven’s indierockkoor als een goedkope zet zou bestempelen. Zijn vrees bleek gegrond toen de broers hun nieuwe songs in hun repertoire brachten op tradtionele koorwedstrijden. Ze werden er ooit gediskwalificeerd voor ‘ongepast’ woordgebruik’. De terugslag bleef uit door de toenemende interesse van de rockbladen en van radiozenders, wat uitmonde in een platencontract met PIAS in 2002. Hun debuutalbum, Scala on the Rocks, kreeg goud enkele weken na zijn release op 1 december van dat jaar.
Onder zijn nieuwe indierock-gedaante, kende Scala & Kolacny Brothers succes in Frankrijk en Duitslande and Germany, respectievelijk met het Franse album Respire in 2004) en een Duitse CD (Grenzenlos in 2005). In 2006, ondertekenden ze een contract bij EMI en hielden ze Fratelli, hun eigen platen- en productiemaatschappij, boven de doopvont. Onder Fratelli brachten ze twee albums uit, waaronder Paper Planes, enkel in België uitgegeven in 2008, en enkel met iegen composities van Steven. Steven had zelfs een clubhit met het dance-nummer “I Fail” dat hij met de Belgische DJ Regi had opgenomen. Tracks van Scala & Kolacny Brothers worden een onwaarschijnlijk fenomeen in clubs waar DJ’s hun songs als afsluitnummer spelen. Scala & KOlacny Brothers hebben acht albums uitgegeven waarvan de recentste tevens hun debuutplaat is in de VS en het Verenigd Koninkrijk..
Voor Hollywood kwam aankloppen, was de muziek van Scala & Kolacny Brothers al de Britse en Amerikaanse TV-wereld binnengedrongen. Hun versie van “Every Breath You Take” (The Police) had ITV gebruikt in een promoclip voor de Britse serie Downton Abbey; in de Verenigde Staten, diende ‘Our Last Fight’, een van hun eigen composities, voor Sons of Anarchy, een reeks van FX Network.
Intussen is een optreden van Scala & Kolacny Brothers een buitengewoon multimedia gebeuren geworden met speciaal voor het koor gemaakte videoprojecties, animatiefilms, lichtshows en zelfs ‘electronic sampling’. De hoofdmicrofoons van de meisjes laat toe om vrij over het podium te bewegen en zelfs zich te mengen onder het staand publiek. “En dit is heel sterk,” zegt Stijn. Nu spreken ze een meer gevarieerd publiek aan dan in onze klassieke periode; vandaag komen jonge en oudere “klassieke” fans samen met rock fans en “indie kids” naar het koor luisteren.
Ze reizen vandaag als een echte rockgroep, in drie à vier toerbussen. Ze herinvesteren continu in de recentste technologie voor hun shows: audio- en video-uitrusting, nieuwe filmclips; ook de toerbussen behoren tot de betere op de markt.
Concertlocaties variëren van kerken tot rockzalen, voor een duizendtal fans tot grote optredens en muziekfestivals. Ze zijn opgetreden voor 50,000 toeschouwers in Duitsland en 40,000 verleden jaar in Québec, en in Rusland en Japan. Dit jaar debuteert Scala & Kolacny Brothers in América op de SXSW- en Coachella festivals.
“Kunt u zich dat inbeelden? Toeren met al die jonge dames?” lacht Steven. “Dat is zeer “rock’n’roll” – dit betekent dus ook dat er discipline moet zijn om te vermijden dat koorleden zich al na enkele optredens ziek melden.” Een groot ledenbestand is absoluut noodzakelijk. “We hebben na la die jaren onze lessen getrokken, en vandaag kunnen we garanderen dat er steeds zangeressen beschikbaar zijn.”
De broers danken hun succes deels aan hun thuisstad Aarschot (15,000 inwoners). Deze kleine, met groen omgeven gezellig stadje heeft een zeker historisch verleden een bloeiend sociaal leven. “We wonen hier echt dolgraag” zegt Steven. “Het leven is er goed en ik ben ervan overtuigd dat al wat we bereikt hebben konden opbouwen omdat we in een kleine stad ook klein zijn begonnen. Voor ons was langzaam groeien van kapitaal belang. We hebben nooit een commercieel masterplan voor succes gehad. Alles wat we doen komt recht uit het hart.”
Het koor is de vrucht van jarenlang hard werken. De broers studeerden allebei piano, Steven aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel, Stijn aan Lemmensinstituut in Leuven. Steven studeerde af in 1992, negen jaar eerder dan zijn jongere broer. Stijn vervolmaakte zijn opleiding en ging vervolgens musicologie studeren aan de K.U.Leuven, “maar ik heb mijn proefwerk niet afgewerkt”. Steven gaf muziekles zolang zijn broer studeerde, maar “dat lag me niet” en zo stichtten de broers Kolacny, op 2 april 1996, een meisjeskoor met 18 leden als weekendproject “om iets creatiefs te doen”. Dit was lang voordat ze in het openbaar optraden. Steven stopte met lesgeven pas nadat Scala & Kolacny Brothers een indierockkoor was geworden in 2002.
Zelfs geëerde professoren zagen het volledige potentieel van de broers niet in. “Het enige examen waar ik aan het Lemmensinstituut niet slaagde was koor dirigeren“ zegt Stijn. “Grappig toch!” voegt hij eraan toe. Het succes van Scala & Kolacny Brothers’ in Hollywood, hun spectaculaire overbrugging van de kloof tussen klassiek en rock en de rillingen die hun hemelse zang teweegbrengen zijn de perfecte uitdrukking van een onconventionele en uitdagende aanpak.






